Er moet een naam worden opgegeven. De toelichting is optioneel.
Arceerpatronen worden opgeslagen in pat-bestanden, dat zijn tekstbestanden die met Notepad of elke andere editor voor "platte"
teksten bewerkt kunnen worden.
Een aantal voorwaarden die gelden voor pat-bestanden:
-
Een regel in een pat-bestand mag niet meer dan 80 karakters bevatten.
-
De naam van het patroon mag maximaal 28 karakters lang zijn. Zie hierna.
-
De naam van het patroon moet uniek zijn en mag geen spaties bevatten. Omdat de naam ook kan dienen als bestandsnaam
mogen de volgende karakters niet worden gebruikt: "*/:<>?\|
-
Na elk patroon is een blanco regel vereist.
Als u het patroon wilt opslaan in een apart bestand dan geldt het volgende:
-
Er is slecht één patroon per bestand toegestaan.
-
De naam van het bestand moet gelijk zijn aan de naam van het patroon met de extensie .pat.
-
Klaarblijkelijk kan het _BHATCH commando van AutoCAD alleen pat-bestanden aan met namen tot maximaal 32 karakters.
Dit betekent dat de naam van het patroon niet langer mag zijn dan 28 karakters (de extensie .pat gebruikt 4 karakters).
-
De pat-definitie moet eindigen met een blanco regel.
-
Het pat-bestand moet in het zoekpad van uw CAD-software worden geplaatst.
Het is ook mogelijk om het patroon toe te voegen aan het hoofd-pat-bestand. Afhankelijk van uw CAD software en de instelling
van de variabele MEASUREMENT, heet dit bestand acadiso.pat of acltiso.pat (AutoCAD), icadiso.pat of iso.pat (Bricscad),
cad.pat of aclt.pat (AutoCAD), of icad.pat of default.pat (Bricscad). Bestanden met "iso" in de naam worden gebruikt als
MEASUREMENT op ON staat, dit geeft aan dat met metrische maten wordt gewerkt. Controleer het zoekpad
van uw software om na te gaan waar uw hoofd-pat-bestand zich bevindt.
Bricscad ondersteunt arceerpatronen in aparte bestanden sinds versie 12.1.0. Om zelfgemaakte patronen
te kunnen gebruiken in oudere Bricscad versies moeten ze worden toegevoegd aan het hoofd-pat-bestand.
In een tekening worden arceringen geconstrueerd t.o.v. een bepaald startpunt: de HPORIGIN. In een nieuwe tekening ligt dit punt
op de oorsprong. In sommige gevallen, bijvoorbeeld bij een arcering in halfsteensverband, kan het nodig zijn om de HPORIGIN te
verplaatsen naar een logisch punt op de omtrek van het te arceren vlak zodat het patroon goed wordt uitgelijnd. Afhankelijk van de
variabele HPORIGINMODE kan de HPORIGIN ook automatisch worden verplaatst.
De HPORIGIN wordt opgeslagen t.o.v. het huidige UCS. Het is dus mogelijk om in plaats van de HPORIGIN de oorsprong van het UCS
te verplaatsen.
De definitie van het arceerpatroon bepaalt hoe de arcering wordt getekend t.o.v. de HPORIGIN. Het basispunt van de arcering komt op
de HPORIGIN te liggen. Voor dit basispunt kan in de PatGenerator gekozen worden uit vijf standaardposities in de maat van de voeg:
TL (Top Left), TR (Top Right), MC (Middle Center), BL (Bottom Left) en BR (Bottom Right).
Bij het voegtype "enkelvoudige lijn" wordt het basispunt automatisch MC (Middle Center).
Met behulp van de offset X en offset Y is het mogelijk om het basispunt vanuit de gekozen standaardpostie te verplaatsen. Als
geen verschuiving nodig is moet voor beide offsets 0 worden ingevuld.
De definitie van het arceerpatroon kan geroteerd worden. Geef de gewenste rotatiehoek op (in graden). Vul hier 0 in als het patroon
niet gedraaid moet worden.
Kies tenslotte een waarde voor de afronding.
-
Zowel positieve als negatieve getallen zijn toegestaan voor de offsets en de rotatie.
-
Gebruik een punt bij het opgeven van decimale getallen.
-
Het is ook mogelijk om in plaats van een getal een wiskundige formule op te geven.
Een voorbeeld van een formule: (2900/46-50)/2.
-
Bij het gebruik van formules en bij rotaties anders dan 0, 90, 180 of 270 graden, kunnen de regels in het arceerpatroon
te lang worden. Een regel in een pat-bestand mag niet meer dan 80 karakters bevatten. Door een lager afrondingsgetal
te kiezen is dit probleem op te lossen.