Online PatGenerator

Het is mogelijk om eigen arceerpatronen te ontwerpen. Maar het maken van zelfs eenvoudige patronen, zoals een "standaard" tegel- of halfsteensverband, is moeilijk. Voor deze twee patronen heeft Buro Klein Gebbinck deze Online PatGenerator ontwikkeld.

Arceerpatroon

Voorbeelden

Zes voorbeelden van arceerpatronen gemaakt met de PatGenerator:

Voorbeeld 1
Voorbeeld 2
Voorbeeld 3
Voorbeeld 4
Voorbeeld 5
Voorbeeld 6

PatGenerator

Tip:
Klik op de titel van een formulieronderdeel om het bijbehorende helppaneel te tonen of te verbergen. Een helppaneel kan ook worden verborgen door er op te klikken.
Patroontype

Kies een patroon.

Voegtype

De voegen in het arceerpatroon kunnen worden voorgesteld door enkelvoudige of dubbele lijnen.

Naam en toelichting
Fout: samenstelling of lengte
Fout: lengte

Er moet een naam worden opgegeven. De toelichting is optioneel.

Arceerpatronen worden opgeslagen in pat-bestanden, dat zijn tekstbestanden die met Notepad of elke andere editor voor "platte" teksten bewerkt kunnen worden.

Een aantal voorwaarden die gelden voor pat-bestanden:
  • Een regel in een pat-bestand mag niet meer dan 80 karakters bevatten.
  • De naam van het patroon mag maximaal 28 karakters lang zijn. Zie hierna.
  • De naam van het patroon moet uniek zijn en mag geen spaties bevatten. Omdat de naam ook kan dienen als bestandsnaam mogen de volgende karakters niet worden gebruikt: "*/:<>?\|
  • Na elk patroon is een blanco regel vereist.
Als u het patroon wilt opslaan in een apart bestand dan geldt het volgende:
  • Er is slecht één patroon per bestand toegestaan.
  • De naam van het bestand moet gelijk zijn aan de naam van het patroon met de extensie .pat.
  • Klaarblijkelijk kan het _BHATCH commando van AutoCAD alleen pat-bestanden aan met namen tot maximaal 32 karakters. Dit betekent dat de naam van het patroon niet langer mag zijn dan 28 karakters (de extensie .pat gebruikt 4 karakters).
  • De pat-definitie moet eindigen met een blanco regel.
  • Het pat-bestand moet in het zoekpad van uw CAD-software worden geplaatst.

Het is ook mogelijk om het patroon toe te voegen aan het hoofd-pat-bestand. Afhankelijk van uw CAD software en de instelling van de variabele MEASUREMENT, heet dit bestand acadiso.pat of acltiso.pat (AutoCAD), icadiso.pat of iso.pat (Bricscad), cad.pat of aclt.pat (AutoCAD), of icad.pat of default.pat (Bricscad). Bestanden met "iso" in de naam worden gebruikt als MEASUREMENT op ON staat, dit geeft aan dat met metrische maten wordt gewerkt. Controleer het zoekpad van uw software om na te gaan waar uw hoofd-pat-bestand zich bevindt.

Bricscad ondersteunt arceerpatronen in aparte bestanden sinds versie 12.1.0. Om zelfgemaakte patronen te kunnen gebruiken in oudere Bricscad versies moeten ze worden toegevoegd aan het hoofd-pat-bestand.

Afmetingen
Fout: geen geldig positief getal
Fout: geen geldig positief getal
Fout: geen geldig positief getal
Fout: geen geldig positief getal

Geef de horizontale en verticale maten op van de elementen en de voegen. Voegmaten kunnen alleen worden opgegeven als voor het voegtype "dubbele lijnen" is gekozen.

  • Gebruik alleen positieve getallen.
  • Gebruik een punt bij het opgeven van decimale getallen.
  • Het is ook mogelijk om in plaats van een getal een wiskundige formule op te geven. De uitkomst hiervan moet een positief getal zijn.
    Een voorbeeld van een formule: 2900/46-50.
Basispunt, rotatie en afronding
Fout: geen geldig getal
Fout: geen geldig getal
Fout: geen geldig getal
Fout: afrondingsgetal te hoog
Klik opnieuw op: [Genereer patroon]

In een tekening worden arceringen geconstrueerd t.o.v. een bepaald startpunt: de HPORIGIN. In een nieuwe tekening ligt dit punt op de oorsprong. In sommige gevallen, bijvoorbeeld bij een arcering in halfsteensverband, kan het nodig zijn om de HPORIGIN te verplaatsen naar een logisch punt op de omtrek van het te arceren vlak zodat het patroon goed wordt uitgelijnd. Afhankelijk van de variabele HPORIGINMODE kan de HPORIGIN ook automatisch worden verplaatst.

De HPORIGIN wordt opgeslagen t.o.v. het huidige UCS. Het is dus mogelijk om in plaats van de HPORIGIN de oorsprong van het UCS te verplaatsen.

Basispunten

De definitie van het arceerpatroon bepaalt hoe de arcering wordt getekend t.o.v. de HPORIGIN. Het basispunt van de arcering komt op de HPORIGIN te liggen. Voor dit basispunt kan in de PatGenerator gekozen worden uit vijf standaardposities in de maat van de voeg: TL (Top Left), TR (Top Right), MC (Middle Center), BL (Bottom Left) en BR (Bottom Right).

Bij het voegtype "enkelvoudige lijn" wordt het basispunt automatisch MC (Middle Center).

Met behulp van de offset X en offset Y is het mogelijk om het basispunt vanuit de gekozen standaardpostie te verplaatsen. Als geen verschuiving nodig is moet voor beide offsets 0 worden ingevuld.

De definitie van het arceerpatroon kan geroteerd worden. Geef de gewenste rotatiehoek op (in graden). Vul hier 0 in als het patroon niet gedraaid moet worden.

Kies tenslotte een waarde voor de afronding.

  • Zowel positieve als negatieve getallen zijn toegestaan voor de offsets en de rotatie.
  • Gebruik een punt bij het opgeven van decimale getallen.
  • Het is ook mogelijk om in plaats van een getal een wiskundige formule op te geven.
    Een voorbeeld van een formule: (2900/46-50)/2.
  • Bij het gebruik van formules en bij rotaties anders dan 0, 90, 180 of 270 graden, kunnen de regels in het arceerpatroon te lang worden. Een regel in een pat-bestand mag niet meer dan 80 karakters bevatten. Door een lager afrondingsgetal te kiezen is dit probleem op te lossen.